De overeenkomst van opdracht en het concurrentiebeding

Artikel

3 min leestijd

Concurrentiebedingen worden vaak geassocieerd met arbeidsovereenkomsten, maar ook binnen een overeenkomst van opdracht kunnen partijen een concurrentiebeding afspreken. Met zo’n beding kan een opdrachtgever een opdrachtnemer (bijvoorbeeld een zzp’er) beperken in het verrichten van werkzaamheden voor concurrerende partijen, zowel tijdens de opdracht als na afloop daarvan.

In de praktijk wordt een concurrentiebeding in een overeenkomst van opdracht regelmatig opgenomen, maar niet altijd even zorgvuldig. Dat kan later tot problemen leiden.

Het belang van een goede motivering

Een concurrentiebeding in een overeenkomst van opdracht moet schriftelijk en goed onderbouwd worden vastgelegd. Van de opdrachtgever mag worden verwacht dat hij kan toelichten waarom het beding noodzakelijk is. Denk bijvoorbeeld aan bescherming van bedrijfsgevoelige informatie, klantrelaties of specifieke knowhow die de opdrachtnemer tijdens de opdracht verkrijgt.

Ontbreekt een duidelijke motivering of is het beding standaard en zonder context opgenomen, dan loopt de opdrachtgever een reëel risico dat het beding bij een geschil geen stand houdt.

Reikwijdte en duur van het concurrentiebeding

Minstens zo belangrijk als de motivering is de reikwijdte van het concurrentiebeding. Het beding moet concreet omschrijven:

  • in welk geografisch gebied het geldt;

  • voor welke (categorieën van) bedrijven of opdrachtgevers;

  • welke werkzaamheden de opdrachtnemer niet mag verrichten;

  • en voor welke periode het beding van toepassing is.

Een concurrentiebeding mag niet verder gaan dan strikt noodzakelijk. Hoe ruimer en algemener het beding is geformuleerd, hoe groter de kans dat het als onredelijk wordt aangemerkt. Beperking tot specifieke werkzaamheden en een afgebakende duur is daarom essentieel.

Geen specifieke wettelijke regeling

Voor concurrentiebedingen in arbeidsovereenkomsten gelden uitgebreide wettelijke regels. Voor concurrentiebedingen in een overeenkomst van opdracht ligt dat anders: specifieke wettelijke bepalingen ontbreken.

Wanneer een geschil ontstaat, zal de rechter daarom terugvallen op het algemene verbintenissenrecht. Het uitgangspunt is dat de opdrachtnemer in beginsel gebonden is aan het concurrentiebeding. Alleen als handhaving van het beding, gelet op artikel 6:248 lid 2 BW, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, kan de rechter het beding geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten.

Daarbij weegt de rechter enerzijds het grondwettelijke recht van de opdrachtnemer op vrije arbeidskeuze af, en anderzijds het belang van de opdrachtgever bij bescherming van zijn onderneming.

Let op: risico op kwalificatie als arbeidsovereenkomst

Een te verstrekkend concurrentiebeding kan niet alleen onredelijk zijn, maar ook onbedoelde gevolgen hebben. In sommige gevallen kan het bijdragen aan de kwalificatie van de rechtsverhouding als een (fictieve) dienstbetrekking in plaats van een overeenkomst van opdracht.

Het opnemen van een zwaar concurrentiebeding kan daarmee juist een aanwijzing vormen voor een gezagsverhouding, terwijl partijen nadrukkelijk een zelfstandige samenwerking hebben beoogd. Dat risico wordt in de praktijk vaak onderschat.

Tot slot

Wie een concurrentiebeding wil opnemen in een overeenkomst van opdracht, doet er goed aan kritisch te kijken naar de noodzaak, formulering, duur en reikwijdte daarvan. Beperk het beding tot wat daadwerkelijk nodig is. Een te ruim of ondoordacht concurrentiebeding kan niet alleen ongeldig worden verklaard, maar ook leiden tot ongewenste arbeidsrechtelijke consequenties.

Twijfel je over de juiste inrichting van een concurrentiebeding of over de kwalificatie van de samenwerking? Dan is maatwerk geen overbodige luxe en kijken we graag met je mee.