De AI-Act voor ondernemers, deel 3: wanneer moet je eigenlijk laten weten dat er AI aan te pas kwam?

Artikel

6 min leestijd

In deel 1 en deel 2 van deze reeks liet ik zien waarom de AI-Act bestaat, hoe die gefaseerd in werking treedt en dat AI-geletterdheid nu al een verplichting is waar je niet omheen kunt. In dit laatste deel neem ik je mee in het onderwerp dat sinds 2 augustus 2026 volop speelt: de transparantieverplichtingen van artikel 50. Van alle onderdelen van de AI-Act is dit op dit moment waarschijnlijk hét onderwerp dat de meeste ondernemers in hun dagelijkse praktijk raakt, omdat het gaat over chatbots, gegenereerde teksten en afbeeldingen.

Twee situaties waarin transparantie verplicht wordt

Artikel 50 kent eigenlijk twee hoofdsituaties die voor de gemiddelde ondernemer relevant zijn. De eerste gaat over AI-systemen die rechtstreeks met mensen communiceren, zoals een chatbot, een AI-spraakassistent of een geautomatiseerde e-mailassistent. De tweede gaat over AI-systemen die synthetische tekst, beeld, audio of video genereren of bewerken. Er bestaan nog twee andere categorieën in de wet, rond emotieherkenning en biometrische categorisering, maar die zijn voor de meeste ondernemers minder van belang.

Als jouw AI met mensen praat

Wanneer je een systeem gebruikt dat rechtstreeks met bezoekers of klanten communiceert, moet die persoon uiterlijk bij het eerste contact duidelijk weten dat hij met een AI-systeem te maken heeft. Die informatie moet begrijpelijk zijn, goed zichtbaar of hoorbaar worden aangeboden en onderdeel uitmaken van het gesprek zelf. Het is dus niet voldoende om dit ergens weg te stoppen in je algemene voorwaarden of in een technisch document dat toch niemand leest. Er bestaat wel een uitzondering voor situaties waarin het voor een redelijk oplettende gebruiker overduidelijk is dat hij met AI te maken heeft, maar die uitzondering zal in de praktijk waarschijnlijk terughoudend worden toegepast: hoe menselijker een systeem overkomt, hoe kleiner de kans dat je met een beroep op deze uitzondering wegkomt.

Overigens geldt deze meldplicht meestal niet wanneer een medewerker AI alleen gebruikt als hulpmiddel om vervolgens zelf, onder eigen verantwoordelijkheid, met een klant te communiceren. Stel dat jij met behulp van AI een conceptmail opstelt, die vervolgens zelf helemaal doorleest, inhoudelijk controleert en waar nodig aanpast voordat je hem verstuurt, dan ben jij degene die communiceert, niet het AI-systeem.

Als jouw AI content genereert of aanpast

De tweede situatie draait om gegenereerde of bewerkte content, met als bekendste voorbeeld de deepfake. Zo’n deepfake is beeld-, audio- of videomateriaal dat lijkt op bestaande personen, plekken of gebeurtenissen, en dat door iemand ten onrechte voor echt zou kunnen worden aangezien. Dit soort content moet in beginsel worden gelabeld, tenzij een van de uitzonderingen van toepassing is.

Bij tekst werkt het net iets anders en draait het om twee vragen. Ten eerste: is de tekst bedoeld om het publiek te informeren, zoals bij nieuws of voorlichting? Is dat niet het geval, denk aan fictie of een gewone e-mail, dan geldt sowieso geen labelplicht. Ten tweede, en dit is de vraag die voor de meeste ondernemers het meest relevant is: heeft er menselijke controle of eindredactie op de tekst plaatsgevonden? Zo ja, dan vervalt de labelplicht alsnog, ook als de tekst wél bedoeld was om het publiek te informeren. Schrijf je dus een blogpost met AI, maar lees, controleer en pas je die zelf aan voordat je hem publiceert, dan hoef je geen label toe te voegen. Publiceer je AI-tekst volledig automatisch, zonder enige controle, dan wél.

Een paar praktijkvoorbeelden om het tastbaar te maken

Om het wat concreter te maken, een paar situaties als voorbeeld:

  • Post je op social media een AI-gegenereerde afbeelding van een “ingerichte kamer”, gemaakt op basis van een echte foto van jouw lege bedrijfspand? Dan is dit een deepfake, en moet je een AI-label toevoegen, ook al lijkt het misschien onschuldig.
  • Praat een bezoeker met een chatbot op jouw website? Dan moet dat direct bij het eerste contact duidelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld gewoon in het gesprek zelf.
  • Schrijf je een nieuwsbrief met AI, maar lees en controleer je die zelf voordat je hem verstuurt? Dan geldt geen labelplicht.

Als je twijfelt of een label nodig is, dan is mijn vuistregel eigenlijk heel praktisch: als je twijfelt, geef het dan gewoon een label. Er is meestal een reden waarom je twijfelt. En besteed je het maken van content uit, bijvoorbeeld aan een social media manager? Dan geldt de verplichting nog steeds gewoon voor jou als ondernemer.

Hoe ziet zo’n label er dan uit

De Europese Unie heeft officiële iconen beschikbaar gesteld, in vier varianten (zwart, wit, en beide met vijftig procent transparantie), die je kunt downloaden in SVG- en PNG-formaat. Het gebruik van deze specifieke iconen is optioneel, maar de onderliggende labelverplichting uit artikel 50 is dat niet. Gebruik je het icoon, dan betekent dat op zichzelf trouwens nog niet automatisch dat je aan de wet voldoet: het label moet ook goed geplaatst en goed leesbaar zijn.

Een paar vuistregels voor de vormgeving en plaatsing:

  • het label moet zichtbaar en herkenbaar zijn op het moment waarop iemand voor het eerst met de content in aanraking komt;
  • het moet rechtstreeks in de content zelf zijn verwerkt, of via een gelijkwaardig alternatief zoals een overlay, en zichtbaar blijven als de content wordt gedeeld of gedownload;
  • gebruik duidelijke taal en vermijd verwarrende afkortingen, met uitzondering van “AI” zelf;
  • houd rekening met je doelgroep, denk aan digitale vaardigheden, taalvaardigheid, kinderen, ouderen en andere kwetsbare groepen, en extra voorzichtigheid in gevoelige sectoren zoals de financiële wereld, de zorg of het onderwijs;
  • gaat het om alleen audio, zonder beeld? Dan is een korte, hoorbare mededeling aan het begin van de opname verplicht.

Er bestaan ook uitzonderingen op de labelplicht, bijvoorbeeld voor duidelijk artistiek, creatief, satirisch of fictief werk, al moet je daarbij nog steeds een passende vorm van openbaarmaking bieden die het plezier van het werk niet in de weg zit.

Wat staat er op het spel als je je hier niet aan houdt?

Deze transparantieverplichtingen zijn juridisch afdwingbaar. Bij niet-naleving kunnen bestuurlijke boetes worden opgelegd tot vijftien miljoen euro, of drie procent van de wereldwijde jaaromzet, afhankelijk van welk bedrag hoger uitvalt, al gelden daarbij wel proportionaliteitsregels en specifieke bepalingen voor kleinere ondernemingen. Sinds augustus 2025 mag de Autoriteit Persoonsgegevens hierop handhaven, als coördinerend toezichthouder voor AI en algoritmes in Nederland.

De kans dat er specifiek wordt gehandhaafd op alleen het ontbreken van AI-geletterdheid, zal naar mijn idee niet heel groot zijn. Maar loopt het om een andere reden mis, bijvoorbeeld omdat AI-gebruik impact heeft gehad op iemand anders, dan wordt bij de beoordeling van die situatie wel meegewogen of jij als ondernemer je huiswerk had gedaan. Was je onvoldoende AI-geletterd en had je geen aandacht besteed aan transparantie, dan wordt dat je zwaar aangerekend. Had je dat wel op orde, dan kan dat juist leiden tot een lagere boete en ben je minder snel aansprakelijk voor eventuele schade.

Het komt er dus op neer dat naleving van de AI-Act niet iets is dat je eenmalig afvinkt in een beleidsdocument ergens diep in je mappenstructuur. De verplichtingen moeten terug te zien zijn in hoe je producten en communicatie zijn ontworpen, in je gebruikersinterface, in de trainingen die je geeft en in je dagelijkse werkprocessen.

Secret Link